uitgangspunten.jpg

De visie van de tempel

De uitgangspunten van de tempel - het werkmodel


Alles wat in de tempel gebeurt, is hier op gebaseerd. Het is een werkmodel, wat wil zeggen dat het uitgangspunten zijn, die zouden kunnen veranderen als blijkt dat ze niet goed werken. Maar in de ruim 10 jaar dat de tempel in deze vorm functioneert hebben zij hun nut steeds opnieuw bewezen. Als deze uitgangspunten je echt tegenstaan, zal je je nooit echt thuis kunnen voelen in deze tempel.


 

     1. Het Goddelijke is de bron waar alles uit voortkomt en ook weer naar terug keert.


Dit is het grote mysterie. Waar komt alles vandaan? Hoe is alles begonnen? Mensen hebben de mooiste verhalen hierover bedacht, maar een echte verklaring geven die scheppingsmythen niet. Want er is altijd wel al iets waaruit de wereld verder vorm heeft gekregen. IJs en vuur, een ei, water, een geheimzinnig wezen. De kracht achter dit grote wonder wordt nauwelijks benoemd. Mystici ervaren soms in hun extase een enorme leegte die tegelijkertijd gevuld is met éénheid. Alles is daar in aanwezig en lost er ook weer in op. Het is niet goed onder woorden te brengen. Daarom bestaat er zoveel verwarring over, vooral onder de mensen die zelf deze staat van zijn niet hebben meegemaakt. Die ‘gevulde leegte’ is voor mij de Bron van alles en die bron is het Goddelijke in Haar meest pure en ongrijpbare vorm.
Dat waar alles uit geboren wordt, is voor mij logischer wijs vrouwelijk, De Grote Moeder.


     2. Het Goddelijke is een kracht is die onafhankelijk van mij bestaat.

Als je er van uit gaat dat het Goddelijke de bron is van alles dat bestaat, dan ben jij als mens natuurlijk ook uit het Goddelijke voortgekomen en zelf dus ook Goddelijk. Maar dit maakt je niet meer speciaal dan bijvoorbeeld een theekopje of een paardebloem. Want alles is even Goddelijk als al het andere.
De Goddelijke kracht stroomt door mijn hele wezen, maar als ik ophoud te bestaan, dan zal die kracht gewoon door weer iets anders stromen. Die kracht was er al lang voor ik geboren werd en zal er ook nog lang nadat ik dood ben nog steeds zijn. Ik ben afhankelijk van die levenskracht, maar de levenskracht heeft mij niet nodig om te bestaan. Het Goddelijk blijft voortdurend stromen, een mens blijkt vergeleken daarmee maar een paar seconden bestaan.



     3. Deze Goddelijke kracht uit zich via veel Goden en Godinnen in allerlei gedaanten.

Het Goddelijke in pure vorm, is voor de menselijke geest niet te bevatten. Wij kunnen er alleen contact mee maken in een vorm die wij wel kunnen begrijpen. Daarom wordt het Goddelijke over de hele wereld in veel verschillende gedaanten vereerd. Polytheïstische religies zijn daar heel realistisch in. Monotheïstische religies proberen één enkel Godsbeeld te promoten, maar als je verschillende aanhangers van dezelfde religie naar hun persoonlijk Godsbeeld vraagt, zal je heel diverse antwoorden krijgen.
De verschillende God-vormen zijn als het ware afsplitsingen van het Grote, Pure, Ongrijpbare. Elk Godin of God heeft eigen kracht, die enorm kan zijn, eigen specialisaties en ook beperkingen. Geen enkele God-vorm is almachtig, maar functioneert binnen het grote geheel waarin altijd een dynamische balans heerst, die nooit te ver naar één kant kan uitslaan.


     4. De Godinnen en Goden zijn vele malen machtiger en wijzer dan een mens.

 

Terwijl een mens vanuit het grote geheel bekeken maar een paar seconden bestaat, blijven de meeste God-vormen, uren, weken, maanden of zelfs jaren bestaan. Zij zijn een direct uitvloeisel van Het Ene en de praktische scheppers van de werkelijkheid waarin wij leven. De symbolische handen en voeten van het ongrijpbare Goddelijke. Hun kracht, hun potentieel, hun overzicht van de situatie en hun intelligentie is onmetelijk veel groter dan die van een mens. Godinnen/Goden en mensen zijn van een totaal andere orde.


     5. Daarom zijn de Goden en Godinnen het waard om geëerd te worden

en te vriend te houden.


Voor moderne mensen is het heel moeilijk om te erkennen dat er iets of iemand bestaat die vele malen machtiger en wijzer is, dan zijzelf. Nadat veel mensen afstand hebben genomen van de monotheïstische religies, is het in de mode geraakt om de mens als het middelpunt en ijkpunt van het universum te zien. Dit heeft de wereld om ons heen geen goed gedaan en een stapje terug nemen, zou geen slecht idee zijn. We zouden weer meer in harmonie moeten leven met onze omgeving en erkennen dat er krachten in het spel zijn die wij niet kunnen beheersen en die we ook nooit helemaal zullen kunnen begrijpen. Het erkennen van onze menselijke beperkingen en tekortkomingen hoeft geen slaafse nederigheid te zijn. Goden en Godinnen respecteren en te vriend houden, is gewoon een realistische manier van leven waarin rekening wordt gehouden met de natuurlijke balans in de de wereld.


     6. Een relatie opbouwen met het Goddelijke heeft voor een mens veel voordelen.

We leven in een tijd van individualisme, waarin de mens als de top van de piramide van levensvormen wordt gezien. Er wordt van je verwacht dat je alles uit alleen jezelf kan halen. Je moet in je kracht gaan staan en zelfredzaam zijn. Kan je dat niet, dan zijn er honderden cursussen waarin je dat wordt aangeleerd. Nogal wat mensen gaan hier aan onderdoor, want het is heel erg zwaar om alles in je eentje te moeten dragen. Terwijl dat helemaal niet nodig is. Er zijn Goden die veel sterker zijn dan jij en die ook veel beter overzicht hebben van jouw leven. En Zij zijn meestal wel bereid om je een steuntje in de rug te geven, als je daar op een respectvolle manier om vraagt. Hoe beter je relatie is met deze Goden, hoe meer Zij klaar zullen staan om je een beetje te helpen. Je staat er dan nooit meer helemaal alleen voor. Er is altijd een begrijpend, luisterend oor, je kan wijze raad krijgen en zo af en toe schuift een gunstig toeval jouw kant op.
Wie wil dat nu eigenlijk niet?


     7. In de relatie tussen Godheid en mens staat wederkerigheid centraal.

In elke vriendschap moet de goede wil van twee kanten komen om de relatie gezond te houden. Als de ene partij alleen maar vraagt zonder ooit iets terug te doen, dan heeft de andere partij er op een gegeven moment genoeg van. Goden zijn geen mensen, maar ook de relatie tussen mens en Godheid moet enigszins gebalanceerd zijn. Als mens moet je af en toe ook eens iets voor je bevriende Godheid over hebben. Het gaat hierbij om de intentie en niet persé om een dramatisch groot gebeuren.


 

     8. Een mens houd een goede relatie met het Goddelijke in stand

door middel van devotie en offeren.

Devotie is een groot woord, waar moderne mensen een hekel aan hebben. Maar devotie zit in feite in kleine dingen. Een groet aan het begin van de dag, een dankjewel in de avond, een gebed, een kaarsje, wat wierook. Dit zijn eigenlijk allemaal kleine offertjes die je regelmatig brengt. Een offer hoeft echt geen geslacht dier op een brandaltaar te zijn. Een lied kan ook een offer zijn, of een dans, een glaasje water, het eerste hapje van je maaltijd. Zolang het maar met bewuste intentie wordt aangeboden.
Het zijn deze kleine dingen waarmee je jouw relatie met je favoriete Godheden steeds opnieuw bekrachtigt.
En dan af en toe iets groters, als dank voor bewezen diensten, of zomaar, omdat het fijn voelt.
Maar de Goden zijn geen automaat waar je een offertje in kan gooien om er een wonder uit te halen. Zo werkt het niet, offeren doe je in de eerste plaats om de relatie op te bouwen en gezond te houden. En in een goede relatie mag je altijd hulp verwachten.